Skip to main content

Gepubliceerd op 8 juli 2016 door InBody USA

De Universiteit van Noord-Colorado Instituut voor Oncologische Revalidatie (UNCCRI) werd in 1996 opgericht door dr. Carole Schneider om de rol van beweging in de revalidatie van kankeroverlevenden te onderzoeken. Het instituut is het enige in zijn soort en wordt gezien als de voorloper van oncologische revalidatie gebaseerd op beweging.

Het Instituut biedt nationale en internationale educatieve programma’s aan samen met openbare en particuliere adviesdiensten die anderen leren om oncologische revalidatiecentra te introduceren en te beheren. De UNCCRI heeft hierbij een vooraanstaande positie.

De UNCCRI had een middel nodig dat kankerpatiënten nauwkeurig kon analyseren en de kwaliteit van hun voorgeschreven oefeningen kon verbeteren. De UNCCRI probeerde verschillende apparaten uit en koos uiteindelijk voor de InBody 770. Door middel van de Segmentale Spier Analyse en andere InBody meetresultaten konden de UNNCCRI specialisten de voorgeschreven oefeningen verbeteren en de overlevenden van kanker helpen met het bereiken van hun revalidatiedoelen. Dit wordt ook gereflecteerd in het aanwezigheidspercentage van 87% en het algehele retentiepercentage van 66%.

 

Een unieke oplossing voor een complexe ziekte

De oncologen gespecialiseerd in beweging op de Universiteit van Noord-Colorado Instituut voor Oncologische Revalidatie hebben maar één doel: het helpen van overlevenden van kanker en het herstellen van hun lichaam na de bijwerkingen van kanker en de behandelingen daarvan. Ze streven ernaar om de functionele kracht van de overlevenden te herstellen. Met de functionele kracht wordt het vermogen bedoeld om kleine alledaagse dingen te doen zoals boodschappen doen, grasmaaien en het optillen van de wasmand. Om het doel te bereiken, schrijft het instituut oefeningen voor zoals andere faciliteiten medicijnen voorschrijven, want voor UNCRRI zijn oefeningen hét medicijn.

De oefeningen die UNCCRI voorschrijft zijn net zo goed als hun vermogen om te zien waar de schade in het lichaam zit bij de overlevenden van kanker. Elk individu reageert anders op kanker en de behandelingen waardoor het moeilijk is om patiënten in precieze gedefinieerde categorieën te plaatsen en een behandeling voor te schrijven. Daarom koos dr. Daniel Shackelford, onderzoekscoördinator bij UNCRRI, samen met zijn collega’s voor de InBody 770.

“Bij elk voorschrift hebben we bepaalde complicaties en problemen die uniek zijn voor die cliënt,” zegt dr. Shackelford. Vanwege de unieke complicaties had UNCRRI een middel nodig dat niet alleen inzicht gaf om oefeningen voor te schrijven, maar dat ook specifiek genoeg is om de lichaamssamenstelling van de overlevende van kanker te analyseren. Deze kwaliteiten vonden zij terug in de InBody 770. “Dankzij het InBody apparaat kunnen we meer gedetailleerde therapieën en oefeningen voorschrijven die echt helpen bij bepaalde complicaties,” zegt dr. Shackelford.

 

Een bijpassende oefening voor elk segment

Als medische deskundigen moeten de oncologen die gespecialiseerd zijn in beweging bij UNCCRI compleet vertrouwen hebben in het apparaat dat ze gebruiken bij hun patiënten. De correlatie van InBody met DEXA/DXA hielp bij het wegnemen van de zorgen bij het gebruik van een bio-elektrische analyse (BIA) apparaat. Shackelford maakt hiervoor namelijk gebruik van een draagbaar BIA apparaat dat niet de gewenste resultaten gaf. De InBody, daarentegen, gaf nauwkeurige resultaten zonder gebruik te maken van specifieke formules die gebaseerd zijn op de bevolking en voorvertekende resultaten kunnen zorgen bij bepaalde groepen zoals overlevenden van kanker.

Dr. Shackelford raakte pas echt overtuigd van de bruikbaarheid van InBody door de Segmentale Spier Analyse op het InBody Resultatenvel.

“We wisten dat het ons zéér nauwkeurige gegevens gaf, maar wat ook een omslagpunt was, is de soort gegevens die het ons gaf, zoals de vetvrije massa in de armen en benen en het allerbelangrijkste: de segmentale analyse,” zegt dr. Shackelford. “Het heeft ons echt geholpen met het uitschrijven van voorschriften omdat we weten welke lichaamsdelen het meest getroffen zijn door de behandelingen.”

Dankzij de Segmentale Spier Analyse hebben Shackelford en zijn collega’s een dieper inzicht gekregen en kunnen ze meer waarden meten. Hierdoor kunnen ze zien hoe snel patiënten met een specifieke soort kanker herstellen.

“Neem bijvoorbeeld een overlevende van borstkanker. Als diegene een borstamputatie of stralingen aan de linkerkant van de borst heeft gehad, kunnen we met de InBody zien dat deze persoon een verminderde hoeveelheid vetvrije massa in dit deel heeft. Hierdoor kunnen we informatie en advies geven over hoe deze patiënt de vetvrije massa in het getroffen deel kan verhogen,” zegt Shackelford.

Shackelford herinnerde zich een patiënt die borstkanker had overleefd en die als doel had om simpelweg een wasmand te kunnen optillen zonder pijn te hebben of vermoeid te raken. “Toen we haar op de InBody zetten, zagen we dat haar armen weinig vetvrije massa hadden, dus moesten we aan haar bovenlichaam werken om het doel te kunnen bereiken.”

Voor de introductie van de InBody zou Shackelford een meer algemene workout voor het hele lichaam hebben voorgeschreven, maar dankzij de InBody kon hij zien hoe de Vetvrije Massa in de armen verhoogd kon worden zodat ze haar doel sneller en efficiënter kon bereiken.

 

Het verbeteren van de patiëntenzorg met de benodigde middelen

Het programma van UNCCRI is verdeeld in vier fasen die elk drie maanden duren waarbij patiënten werken aan hun fysieke en psychologische hersteldoelen. Het doel voor iedere patiënt is om in iedere fase vooruitgang te boeken en om uiteindelijk in 9 maanden hun doelen te bereiken.

Dit kan alleen als de patiënten samen met de deskundigen aanwezig zijn bij hun sessies. Daarbij is het monitoren van het aanwezigheidspercentage de belangrijkste indicatie om te kijken of patiënten het gevoel hebben dat ze herstellen met het voorgeschreven oefenprogramma. Volgens dr. Shackelford hebben vergelijkbare klinieken een aanwezigheidspercentage tussen de 20-50%. Sinds mei 2016 heeft UNCCRI een aanwezigheidspercentage van 87%, het hoogste percentage sinds het 20-jarig bestaan van het instituut.

Het retentiepercentage, het percentage van patiënten die ervoor kiest om verder te gaan met de volgende fase nadat ze de vorige hebben afgerond, is nog een element die heeft bijgedragen aan het succes. In 2013 was het retentiepercentage van UNCCRI 55% en momenteel is dat 66%.

Het succes van UNCCRI komt volgens dr. Shackelford door de individuele aandacht die ze kunnen bieden dankzij de scala aan middelen waaronder de InBody 770. “Andere faciliteiten hebben niet alle middelen die wij hebben,” zegt hij. “Ze hebben niet alle benodigde apparatuur om nauwkeurig oefeningen uit te schrijven zoals wij dat doen. Of ze hebben geen ervaren of gekwalificeerde oncologen die gespecialiseerd zijn in beweging om de gewenste resultaten te bereiken. Bij andere faciliteiten ontbreekt het individuele aspect wat wij in ons programma bieden.”

Als dr. Shackelford terugkijkt op zijn beslissing om de InBody 770 te introduceren om de patiëntenzorg te verbeteren, vindt hij dat de InBody aan zijn verwachtingen heeft voldaan. “Het is nu al een jaar dat we de InBody hebben en tot nu toe heeft het aan al onze verwachtingen voldaan: het is nauwkeurig en het heeft ons geholpen bij het ontwikkelen van voorschriften. We hebben zelfs andere klinieken voor oncologische revalidatie op basis van beweging overtuigd om een eigen InBody apparaat aan te schaffen”, zegt Shackelford.

 

Bron: https://inbodyusa.com/blogs/case-studies/unc-cancer-rehabilitation-institute-improves-patient-care-with-inbody/